Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 september 2002

Alinea 84 Parket bij de Hoge Raad 27 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8780.

3.6. De daarop volgende rechtsoverwegingen 5.4. en 5.5. begrijp ik aldus, dat naar het oordeel van het Hof de aard en de omvang van de door belanghebbende en zijn zoon gedreven onderneming maken dat noch het ontbreken van een voorraadadministratie waarin (ook) de in de onderneming aanwezige hoeveelheden softdrugs worden bijgehouden, noch het verloren laten gaan van de bijvullingslijsten, een zodanige inbreuk op de verplichtingen uit hoofde van artikel 52 Awr oplevert dat de toepassing van artikel 29, lid 1, Awr gerechtvaardigd is. Hierbij heeft het Hof mede in aanmerking genomen dat de inkopen van de softdrugs worden verantwoord in de kasadministratie van de vennootschap onder firma, dat van de kasadministratie basisbescheiden voorhanden zijn, en dat de kasadministratie geen ernstige gebreken vertoont.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d6ac0eb2999d43aae81a1b720f447caa94821ddef4f85543c35799eb33f082b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d6ac0eb2999d43aae81a1b720f447caa94821ddef4f85543c35799eb33f082b9, en de alinea staat in dat document op bytes 22891 tot 23718.