Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002
Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8801.
3.6. Voorts heeft het hof voor het bewijs gebezigd de verklaring van de ex-echtgenote van verdachte (nr.4), waarin zij over de rechtmatigheidsformulieren over de periode 01-05-1994 tot en met 30-09-1996 verklaart dat zij de handtekening van haar echtgenoot herkent.(6) Dat heeft in mijn visie de consequentie dat ook die periode buiten beschouwing moet blijven, behoudens de eerste maand van die periode. Ik ga er daarbij van uit dat verdachte als medeondertekenaar van die formulieren, evenals het geval is ten aanzien van het eerste formulier, zich ervan bewust is geweest dat aldus de gemeente verkeerd werd geïnformeerd over de behoefte aan bijstand, waardoor de gemeente ten onrechte bleef uitbetalen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6d798f557a76596f4b1c200d0e33ef48dee4c3f60af02e0defdb9434ba201027. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6d798f557a76596f4b1c200d0e33ef48dee4c3f60af02e0defdb9434ba201027, en de alinea staat in dat document op bytes 12183 tot 12903.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6d798f557a76596f4b1c200d0e33ef48dee4c3f60af02e0defdb9434ba201027 | shasum -a 256