Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002
Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8801.
3.7. Deze opmerkingen behoeven evenwel geen consequenties te hebben. De bewezenverklaring van de deliktsperiode van feit 2 - in de periode van 5 november 1991 tot en met 31 maart 1995 althans in enig tijdvak in die periode - houdt immers niet in dat verdachte op elk moment in die periode moet hebben geprofiteerd van het misdrijf van de ander. Anderzijds blijkt uit de inhoud der gebezigde bewijsmiddelen wel dát verdachte in de bewezenverklaarde periode voordeel heeft getrokken uit de opbrengst van de door zijn ex-echtgenote gepleegde valsheid in geschrift.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6d798f557a76596f4b1c200d0e33ef48dee4c3f60af02e0defdb9434ba201027. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6d798f557a76596f4b1c200d0e33ef48dee4c3f60af02e0defdb9434ba201027, en de alinea staat in dat document op bytes 12942 tot 13517.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6d798f557a76596f4b1c200d0e33ef48dee4c3f60af02e0defdb9434ba201027 | shasum -a 256