Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 april 2002
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 23 april 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8860.
"7.1 De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep als verweer gevoerd, zakelijk weergegeven, dat het bewijs op onrechtmatige wijze is verkregen. Hij heeft daartoe aangevoerd, dat voorafgaande aan de door de verbalisanten aan zijn cliënt gestelde vraag met betrekking tot het bezit van een mes aan hem medegedeeld had moeten worden dat hij niet tot antwoorden verplicht was, omdat hij op dat moment reeds als verdachte werd beschouwd. Nu zulks is nagelaten is het vervolgens bij de fouillering van de verdachte aangetroffen mes op onrechtmatige wijze verkregen, evenals de overige bewijsmiddelen die door het aantreffen van het mes beschikbaar zijn geworden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95a093d813c94ea83117babde1a7e37dbd2bcd7b4769a77dba5d8dcb8ddf8ec2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95a093d813c94ea83117babde1a7e37dbd2bcd7b4769a77dba5d8dcb8ddf8ec2, en de alinea staat in dat document op bytes 22631 tot 23327.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/95a093d813c94ea83117babde1a7e37dbd2bcd7b4769a77dba5d8dcb8ddf8ec2 | shasum -a 256