Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002
Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8863.
Toen ik [slachtoffer] (het slachtoffer, NJ) vastbond, was [betrokkene 2] nog in de woning. Hij is later weggegaan. [Verzoeker] vroeg mij sigaretten te halen. Ik ben ongeveer vijftien minuten weggeweest. De situatie toen ik wegging was als volgt. [Verzoeker] stond met het pistool te spelen. Volgens mij was [slachtoffer] niet meer vastgebonden. Ik had op verzoek van [verzoeker] [slachtoffer] losgemaakt. Toen ik wegging zaten [verzoeker] en [slachtoffer] aan tafel. Toen ik terugkwam lag [slachtoffer] naast de tafel op de grond. Hij lag in een houding alsof hij was gevallen vanuit zithouding. Hij was niet gewond. Ik heb zijn pols gevoeld. Hij was dood. Ik zag geen teken van leven meer."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e46c8abe4271c827be39d6f5d24e87623c4d623b63e779a261551dcceda44bda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e46c8abe4271c827be39d6f5d24e87623c4d623b63e779a261551dcceda44bda, en de alinea staat in dat document op bytes 8261 tot 8965.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e46c8abe4271c827be39d6f5d24e87623c4d623b63e779a261551dcceda44bda | shasum -a 256