Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002
Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8863.
"() [medeverdachte] en ik hebben samen in mijn woning gewacht op [betrokkene 2] en de man. Kort daarop kwam [betrokkene 2] met die man bij mijn woning aan. [betrokkene 2] zei tegen mij dat ik de man moest afvoeren. Ik zei dat ik het wel zou regelen. [betrokkene 2] zei tegen mij dat hij even wegmoest. () De man is doodgegaan in mijn woning. [medeverdachte] en ik hebben zijn handen op zijn rug vastgebonden. We hebben het touw om zijn nek gedaan en om zijn middel en zijn voeten vastgebonden. [medeverdachte] en ik besloten de man te dumpen. De dode man hebben wij in de kofferbak van mijn auto gelegd. [medeverdachte] wist een plek waar we de man konden dumpen. Wij hebben met zijn tweeën de dode man uit de kofferbak gehaald en de man naar het water getrokken. Waar wij de man in het water wilden gooien lag een betonblok/paal. [medeverdachte] en ik hebben dat betonblok aan de dode man vastgebonden. Wij hebben de man met het betonblok/paaltje in het water geduwd ()."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e46c8abe4271c827be39d6f5d24e87623c4d623b63e779a261551dcceda44bda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e46c8abe4271c827be39d6f5d24e87623c4d623b63e779a261551dcceda44bda, en de alinea staat in dat document op bytes 9039 tot 10026.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e46c8abe4271c827be39d6f5d24e87623c4d623b63e779a261551dcceda44bda | shasum -a 256