Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002
Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8863.
7. Uit het door het hof voor het bewijs gebezigde sectierapport blijkt dat dood door verdrinking weliswaar niet is uitgesloten maar dat daar wel een contra-indicatie voor aanwezig is, terwijl uit de eveneens tot het bewijs gebezigde verklaringen van [medeverdachte] en verzoeker volgt dat het slachtoffer al dood was toen hij door hen in het water werd geduwd. Gelet daarop heeft het hof kennelijk abusievelijk bewezenverklaard dat [slachtoffer] is overleden tengevolge van het feit dat hij in het water is gegooid. In zoverre is het middel gegrond. Dit hoeft echter niet tot cassatie te leiden. De Hoge Raad kan deze kennelijke verschrijving van het hof herstellen door de bewezenverklaring te schrappen de woorden "en die [slachtoffer] in het water gegooid".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e46c8abe4271c827be39d6f5d24e87623c4d623b63e779a261551dcceda44bda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e46c8abe4271c827be39d6f5d24e87623c4d623b63e779a261551dcceda44bda, en de alinea staat in dat document op bytes 10064 tot 10838.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e46c8abe4271c827be39d6f5d24e87623c4d623b63e779a261551dcceda44bda | shasum -a 256