Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8863.

8. Hierdoor komt de feitelijke grondslag te ontvallen aan de in het middel aangevoerde klacht dat het hof de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten door in de bewezenverklaring niet op te nemen de woorden "ter verstikking" voorafgaande aan "die [slachtoffer] in het water gegooid". De klachten dat de bewezenverklaring innerlijk tegenstrijdig is en dat de bewijsmiddelen niet redengevend zijn voor de in het bewezenverklaring open gelaten mogelijkheid dat het slachtoffer pas het leven heeft gelaten nadat hij in het water was gegooid, delen alsdan dit lot.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e46c8abe4271c827be39d6f5d24e87623c4d623b63e779a261551dcceda44bda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e46c8abe4271c827be39d6f5d24e87623c4d623b63e779a261551dcceda44bda, en de alinea staat in dat document op bytes 10858 tot 11438.