Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8863.
13. Naar het mij voorkomt doet een dergelijke uitzondering zich hier niet voor. Anders dan in de gevallen waarin de Hoge Raad een nadere redengeving verlangde is hier geen sprake van door de getuige-deskundige afgelegde verklaring die de betrouwbaarheid van door het hof tot het bewijs gebezigd bewijsmateriaal bestrijdt. Schumacher heeft immers slechts verklaard dat de bevindingen van de patholoog dr. R. Visser niet uitsluiten dat het slachtoffer ten gevolge van een hartritmestoornis is overleden. Zijn betoog houdt uitdrukkelijk niet in dat verstikking de doodsoorzaak niet kan zijn geweest. Het valt dan ook moeilijk in te zien wat het hof, nadat het op grond van de hem voorbehouden selectie en waardering van het (overige) bewijsmateriaal tot de overtuiging was gekomen dat het slachtoffer door verstikking om het leven is gebracht, nader - dan het heeft gedaan - had kunnen overwegen omtrent het verweer dat de gegevens van het sectierapport de mogelijkheid van een natuurlijke dood openlaat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e46c8abe4271c827be39d6f5d24e87623c4d623b63e779a261551dcceda44bda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e46c8abe4271c827be39d6f5d24e87623c4d623b63e779a261551dcceda44bda, en de alinea staat in dat document op bytes 16189 tot 17204.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e46c8abe4271c827be39d6f5d24e87623c4d623b63e779a261551dcceda44bda | shasum -a 256