Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8863.

14. Ik wijs er nog op dat niet is bewezenverklaard dat het slachtoffer is gewurgd, maar dat verzoeker hem tezamen met een of meer mededaders heeft verstikt. De wijze waarop dat is geschied laat de mogelijkheid open dat het slachtoffer door de daders in een zo grote stress is gebracht dat hij door een tot verstikking leidende hartritmestoornis is getroffen. Deze mogelijkheid is in overeenstemming met het oordeel van de deskundige Schumacher. Dat het hof - door de verstikking van het slachtoffer ten laste van de daders te bewijzen - de mogelijkheid van een onafhankelijke, tussenbeide komende doodsoorzaak (à la het in `Magnolia' verfilmde geval waarin iemand van een hoge flat wordt geworpen, welke persoon halverwege de val dodelijk wordt getroffen door een verdwaalde kogel afkomstig van een schietpartij elders in die flat) kennelijk onwaarschijnlijk heeft geacht omdat daarvoor geen aanwijzing is gevonden, is niet onbegrijpelijk (cf. HR 31 oktober 2000, NJ 2001, 238 m.nt. Sch). In zoverre faalt het middel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e46c8abe4271c827be39d6f5d24e87623c4d623b63e779a261551dcceda44bda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e46c8abe4271c827be39d6f5d24e87623c4d623b63e779a261551dcceda44bda, en de alinea staat in dat document op bytes 17224 tot 18255.