Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8863.

"Op een gegeven moment vond er een gesprek plaats tussen [betrokkene 3] (het hof begrijpt: [betrokkene 3]), [verdachte] en mij. We hebben er toen over gesproken om [slachtoffer] (het hof begrijpt: [slachtoffer]) om het leven te brengen. De reden daarvoor was dat [slachtoffer] achter de rug van [betrokkene 3] zaken aan het doen was. Dit waren zaken met betrekking tot de handel in verdovende middelen. De afspraak was dat ik [slachtoffer] in de gaten zou houden. Als hij gekke dingen zou doen dan zou ik contact opnemen met [verdachte] (het hof begrijpt: [verdachte]). Ik zou [slachtoffer] dan naar [verdachte] moeten brengen. [verdachte] zou het verder regelen. Ik ben inderdaad met [verdachte] naar het huis in Zandvoort geweest. [medeverdachte] was daarbij. We zijn ook een keer naar Scheveningen geweest. Het zou kunnen dat we toen telefonisch hadden afgesproken. Ik heb toen contact gehad met [betrokkene 3] in India. Ook heb ik contact onderhouden met [verdachte]. We hadden afgesproken dat ik [slachtoffer] zou lokken met een Mercedes die te koop zou staan. De eerste poging was op 23 juli 1998. Dit ging niet door omdat [slachtoffer] een vriend mee had. [slachtoffer] kon toen niet naar [verdachte] worden gebracht. Op 24 juli 1998 ging het wel door. [slachtoffer] kwam zelf van Rotterdam naar mij toe. Ik ben toen met [slachtoffer] in mijn auto naar Amsterdam gereden. Daar heb ik [verdachte] (het hof begrijpt: [verdachte]) opgebeld. Nadat ik contact had opgenomen met [verdachte] moest ik naar het station Beverwijk rijden. [medeverdachte] zou ons daar ophalen. De persoon die ik [medeverdachte] noem is de hier aanwezige [medeverdachte]. [slachtoffer] zat naast mij op de passagiersstoel. Toen ik boven in de woning van [verdachte] was, vermoedde ik dat [slachtoffer] zou worden vermoord. [verdachte] haalde het pistool van de koelkast af en richtte dat op [slachtoffer]. [medeverdachte] moest [slachtoffer] van [verdachte] vastbinden. Dat heeft [medeverdachte] gedaan. Toen [slachtoffer] was vastgebonden op de stoel werd hij door [verdachte] op zijn achterhoofd geslagen. [slachtoffer] reageerde geschrokken. Het was duidelijk dat hij om het leven gebracht zou worden. Ik weet niet hoe dat zou gaan gebeuren. Dat was het pakkie(1) van [verdachte]. Ik ben hierop weggegaan. [slachtoffer] heeft geprobeerd zijn dood af te kopen. [slachtoffer] zei tegen [verdachte] "wat [betrokkene 3] je ook geeft, ik geef je twee keer zoveel". [verdachte] is er niet op ingegaan. Ik wist toen dat [slachtoffer] om het leven gebracht ging worden. De opdracht van [betrokkene 3] was om [slachtoffer] dood te maken."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e46c8abe4271c827be39d6f5d24e87623c4d623b63e779a261551dcceda44bda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e46c8abe4271c827be39d6f5d24e87623c4d623b63e779a261551dcceda44bda, en de alinea staat in dat document op bytes 20195 tot 22819.