Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8873.

15. Naar mijn mening gaat de tweede klacht van het middel dus een stap te ver. Er tegen pleit ook dat als de feiten van elders al vaststaan, de kennelijke leugenachtigheid van de verklaring van de verdachte niet nodig is voor de bewijsconstructie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/06f76b749c0b1a5112ed230e148a3d7a5471e54553e4cf397036863c595343a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 06f76b749c0b1a5112ed230e148a3d7a5471e54553e4cf397036863c595343a6, en de alinea staat in dat document op bytes 13021 tot 13282.