Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8873.

22. Nu het dossier geen aanleiding geeft om te veronderstellen dat de levensberoving op een andere dag dan 3 oktober 1999 heeft plaats gevonden en de wettige bewijsmiddelen 1, 2, 5 en met name 6 voldoende overtuigend de levensberoving toeschrijven aan verzoeker geef ik er de voorkeur aan dat niet een ander hof met een duplicerend onderzoek ter terechtzitting wordt belast, en dat Uw Raad de bewijsmiddelen 3 en 4, alsmede de bewijsoverweging omtrent de kennelijke leugenachtigheid van bewijsmiddel 3 schrapt.(3)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/06f76b749c0b1a5112ed230e148a3d7a5471e54553e4cf397036863c595343a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 06f76b749c0b1a5112ed230e148a3d7a5471e54553e4cf397036863c595343a6, en de alinea staat in dat document op bytes 19636 tot 20162.