Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002
Alinea 8 Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8873.
2. Namens verzoeker heeft mr. I.N. Weski, advocaat te Rotterdam, vier middelen van cassatie voorgesteld. De bij de Hoge Raad op 3 april 2001 ingekomen originele schriftuur is niet ondertekend. Nu de begeleidende aanbiedingsbrief wel een handtekening van mr. I.N. Weski bevat, moet het ervoor worden gehouden dat de schriftuur door mr. I.N. Weski is ingediend. Tenslotte heeft mr. I.N. Weski op 1 november 2001 nog bij aanvullende schriftuur een vijfde middel ingediend. Dit middel zal onbesproken blijven nu het is ingediend na ommekomst van de termijn van art. 437, tweede lid, Sv. Overigens is de inhoud ervan niet in overeenstemming met de door Uw Raad gehanteerde termijn van 16 maanden waarbinnen in cassatie strafzaken waarin voorlopige hechtenis wordt ondergaan, moeten worden afgehandeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/06f76b749c0b1a5112ed230e148a3d7a5471e54553e4cf397036863c595343a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 06f76b749c0b1a5112ed230e148a3d7a5471e54553e4cf397036863c595343a6, en de alinea staat in dat document op bytes 4617 tot 5426.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/06f76b749c0b1a5112ed230e148a3d7a5471e54553e4cf397036863c595343a6 | shasum -a 256