Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2002

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8880.

11. Dit strookt met de tot bewijs gebezigde verklaringen van de aangeefster. Daarin is te vinden dat de eerste sexuele gemeenschap heeft plaatsgevonden in de periode van 1 april 1981 tot 15 augustus 1981, in een ruimte gelegen boven de toenmalige werkplaats van verzoeker, en dat verzoeker in de periode van 1 april 1982 tot 1 april 1983 voor de tweede keer gemeenschap van haar heeft afgedwongen in hetzelfde pand, dat inmiddels was verbouwd en tot woning van de aangeefster en verzoeker diende (bewijsmiddel 2, een weergave van een door de aangeefster ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaring). Met betrekking tot de eerste gemeenschap is in dit bewijsmiddel alleen te vinden dat verzoeker met zijn geslachtsdeel in de vagina van de aangeefster is geweest. Het Hof heeft in een nadere overweging ten aanzien van het bewijs uiteengezet waarom het dit als een gewelddadige handeling heeft aangemerkt (daartegen keert zich het derde middel). Met betrekking tot de tweede gemeenschap heeft het slachtoffer in het vooronderzoek nader omschreven dat de gemeenschap haar veel pijn deed, en dat zij zich bovendien doodsbenauwd voelde door hetgeen verzoeker met dwingende stem tegen haar zei (bewijsmiddel 4, onder b).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db5e86b263d67001dd065f14e0d42e49a0b59221f29b52a694545fd91d03a1b0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db5e86b263d67001dd065f14e0d42e49a0b59221f29b52a694545fd91d03a1b0, en de alinea staat in dat document op bytes 13682 tot 14921.