Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2002

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8880.

18. Daarom valt er, dunkt mij, in beginsel geen steekhoudend bezwaar tegen te maken dat het Hof heeft bewezenverklaard dat verzoeker op tijdstippen in de periode van 9 augustus 1985 tot 1 december 1991 de aangeefster door geweld heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, en dat hij dit van 1 december 1991 tot en met 11 december 1993 heeft gedaan door gebruik te maken van geweld of van andere feitelijkheden. 'Grondslagverlating' kan hier niet in gelegen zijn, nu de tenlastelegging melding maakt van alle omstandigheden waaronder het feit naar luid van art. 246 (OUD) Sr strafbaar was en daarenboven van de per 1 december 1991 geïntroduceerde omstandigheden die aan de strafbaarstelling een ruimer bereik geven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db5e86b263d67001dd065f14e0d42e49a0b59221f29b52a694545fd91d03a1b0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db5e86b263d67001dd065f14e0d42e49a0b59221f29b52a694545fd91d03a1b0, en de alinea staat in dat document op bytes 19766 tot 20510.