Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2002

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8880.

21. Er kan, dunkt mij, in redelijkheid niet aan getwijfeld worden dat het stevig beetnemen en vasthouden van een persoon, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, als zulk geweld kan worden beschouwd. Voorts kan het oordeel dat zulk stevig beetnemen of vasthouden het geweld oplevert waardoor iemand is gedwongen tegen zijn of haar wil ontuchtige handelingen te plegen of te dulden in cassatie slechts op zijn begrijpelijkheid worden onderzocht, aangezien dat oordeel geheel berust op een waardering van feitelijkheden. Bij dat onderzoek naar eventuele onbegrijpelijkheid zal acht geslagen moeten worden op hetgeen uit de gebezigde bewijsmiddelen kan blijken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db5e86b263d67001dd065f14e0d42e49a0b59221f29b52a694545fd91d03a1b0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db5e86b263d67001dd065f14e0d42e49a0b59221f29b52a694545fd91d03a1b0, en de alinea staat in dat document op bytes 22072 tot 22752.