Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2002

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8880.

Daarnaast kan uit haar verklaringen worden afgeleid dat de ontuchtige handelingen mede plaatsvonden in een periode waarin de aangeefster zich gehouden achtte (na het overlijden van haar moeder) voor haar vader te zorgen, terwijl daaruit ook valt te begrijpen dat de godsdienstige opvattingen van verzoeker een zekere rol hebben gespeeld bij de invloed die hij in verband met de bewezenverklaarde feiten op zijn dochter heeft uitgeoefend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db5e86b263d67001dd065f14e0d42e49a0b59221f29b52a694545fd91d03a1b0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db5e86b263d67001dd065f14e0d42e49a0b59221f29b52a694545fd91d03a1b0, en de alinea staat in dat document op bytes 26690 tot 27140.