Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2002

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8880.

31. Voor zover het middel aldus zou moeten worden begrepen dat het (mede) de klacht bevat dat het Hof heeft nagelaten nadrukkelijk te beslissen op een ter terechtzitting gevoerd verweer betreffende de uitleg van het delictsbestanddeel "geweld of bedreiging met geweld", waarbij werd voorgestaan dat daarvan eerst sprake kan zijn bij een daad van agressie die bij het slachtoffer vrees heeft opgewekt, moet worden vastgesteld dat dit verweer zijn weerlegging vindt in de gebezigde bewijsmiddelen en de in de bestreden uitspraak opgenomen overweging ten aanzien van het bewijs. In die overweging en (nadrukkelijk met betrekking tot de tweede verkrachting) de verklaringen van de aangeefster ligt besloten dat verzoeker enig geweld heeft gebruikt om te bereiken wat zonder dat geweld niet zou kunnen geschieden. Uit haar tot bewijs gebezigde verklaringen blijkt voorts dat de aangeefster bang was voor haar vader en hem niets durfde te weigeren; dat verzoeker haar tot de eerste gemeenschap heeft gedwongen en dat zij ook bij de tweede gemeenschap doodsbenauwd was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db5e86b263d67001dd065f14e0d42e49a0b59221f29b52a694545fd91d03a1b0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db5e86b263d67001dd065f14e0d42e49a0b59221f29b52a694545fd91d03a1b0, en de alinea staat in dat document op bytes 29790 tot 30866.