Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8887.

6. 's Hofs overwegingen dienen evenwel niet zó te worden verstaan dat verzoekers berusting in het vonnis de eerder vastgestelde onrechtmatigheid in de totstandkoming van bewijsmateriaal heeft weggenomen. Klaarblijkelijk heeft het Hof tot uitdrukking willen brengen dat, nu het vonnis kracht van gewijsde heeft gekregen voor zover de aan verzoeker onder 1 en 3 tenlastegelegde feiten bewezen zijn verklaard, uitgegaan moet worden van het (onherroepelijk) oordeel van de Politierechter dat de bewezenverklaring van die feiten kan steunen op bewijsmateriaal dat niet onrechtmatig is verkregen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca2f7e9938bb5baadd03fc52e3a38c5d1e63885140b56572f6ef654f38ff78c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca2f7e9938bb5baadd03fc52e3a38c5d1e63885140b56572f6ef654f38ff78c5, en de alinea staat in dat document op bytes 9069 tot 9673.