Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8887.

's Hofs oordeel dat, nu de verdenking van steunfraude is gerezen tijdens het onderzoek naar overtredingen van de Opiumwet, waaronder de feiten - verkopen en vervoeren van hennep in de periode die aanving op 1 februari 1996 alsmede het opzettelijk aanwezig hebben van hennep op 26 augustus 1996 - waaromtrent onherroepelijk is vastgesteld dat er voldoende, niet door onrechtmatige verkrijging besmet, bewijs voor is, niet gezegd kan worden dat het ten aanzien van de uitkeringsfraude vergaarde bewijs uitsluitend is voortgevloeid uit het onrechtmatige politie-optreden op 27 augustus 1996, is niet onbegrijpelijk te noemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca2f7e9938bb5baadd03fc52e3a38c5d1e63885140b56572f6ef654f38ff78c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca2f7e9938bb5baadd03fc52e3a38c5d1e63885140b56572f6ef654f38ff78c5, en de alinea staat in dat document op bytes 10006 tot 10641.