Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002
Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8887.
9. In het zo-even genoemde werk is er, op dezelfde plaats, echter ook op gewezen dat in verschillende uitspraken van de Hoge Raad naar voren komt dat bewijsuitsluiting alleen aan de orde is indien aannemelijk is dat het desbetreffende onderdeel van het bewijsmateriaal uitsluitend door het onrechtmatige opsporingshandelen kon worden verkregen, vgl. HR NJ 1988, 167, HR NJ 1988, 818 en HR NJ 1989, 430.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca2f7e9938bb5baadd03fc52e3a38c5d1e63885140b56572f6ef654f38ff78c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca2f7e9938bb5baadd03fc52e3a38c5d1e63885140b56572f6ef654f38ff78c5, en de alinea staat in dat document op bytes 11249 tot 11665.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca2f7e9938bb5baadd03fc52e3a38c5d1e63885140b56572f6ef654f38ff78c5 | shasum -a 256