Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8887.
Door te oordelen dat de ter zake van de uitkeringsfraude afgelegde verklaringen, ofschoon die na de onrechtmatige huiszoeking zijn afgelegd, niet uitsluitend door die onrechtmatigheid zijn verkregen, aangezien de verdenking van uitkeringsfraude is ontstaan tijdens het onderzoek naar de Opiumwet-delicten (welk onderzoek noodzakelijkerwijs reeds moet zijn aangevangen op een tijdstip voorafgaande aan de huiszoeking) heeft het Hof niet de grenzen van het begrijpelijke overschreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca2f7e9938bb5baadd03fc52e3a38c5d1e63885140b56572f6ef654f38ff78c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca2f7e9938bb5baadd03fc52e3a38c5d1e63885140b56572f6ef654f38ff78c5, en de alinea staat in dat document op bytes 12791 tot 13286.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca2f7e9938bb5baadd03fc52e3a38c5d1e63885140b56572f6ef654f38ff78c5 | shasum -a 256