Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8887.

12. Tenslotte wordt het in de toelichting op het middel onbegrijpelijk genoemd dat het verweer, voor zover het de beschuldiging betreft dat verzoeker geen opgave heeft gedaan van de inkomsten uit het onderdak verlenen aan een kostganger, is verworpen op de grond dat die kostganger weliswaar ter gelegenheid van de onrechtmatige huiszoeking (in verzoekers woning) is aangetroffen, doch het Hof is gebleken dat de kostwinner ten tijde van het onderzoek naar de uitkeringsfraude al ruim tien jaar in het bevolkingsregister stond ingeschreven op het adres van verzoeker.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca2f7e9938bb5baadd03fc52e3a38c5d1e63885140b56572f6ef654f38ff78c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca2f7e9938bb5baadd03fc52e3a38c5d1e63885140b56572f6ef654f38ff78c5, en de alinea staat in dat document op bytes 13324 tot 13905.