Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8887.

14. Het hiertegen voorts nog aangevoerde bezwaar dat het bij het bevolkingsregister ingeschreven staan van de kostganger geen begrijpelijke grond voor verwerping van het verweer kan zijn omdat de echtgenote van verzoeker heeft verklaard dat de kostganger verzoekers adres alleen als postadres gebruikte kan geen doel treffen, omdat het Hof over andere verklaringen kon beschikken die inhouden dat de desbetreffende persoon wel degelijk bij verzoeker in de kost was. De waardering van die uiteenlopende verklaringen is aan het Hof voorbehouden en onttrekt zich aan het onderzoek in cassatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca2f7e9938bb5baadd03fc52e3a38c5d1e63885140b56572f6ef654f38ff78c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca2f7e9938bb5baadd03fc52e3a38c5d1e63885140b56572f6ef654f38ff78c5, en de alinea staat in dat document op bytes 14600 tot 15204.