Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8903.

11. Belangrijker echter acht ik dat de verdediging uit de `losse opmerking' van een tolk dat een verklaring van een andere verdachte niet goed is vertolkt niet de consequentie heeft getrokken dat daarmee die verklaring onbruikbaar wordt voor het bewijs. In die zin versta ik de tweede overweging van het hof. Indien immers het veronderstelde gebrek een cruciaal aspect betreft, zou daarmee het bewijsmiddel een zodanige onbetrouwbaarheid kunnen aankleven dat het hof dit niet zonder daarop in te gaan voor het bewijs had mogen gebruiken. Dàn komt de tolk-loot aan de stam van bewijsverweren in zicht. Dat een verweer van deze strekking is gevoerd blijkt niet, ook niet in de periode tot aan de laatste dag van de openbare behandeling, omtrent welke periode het hof in zijn arrest van 18 december 2000 (p. 6) heeft vastgesteld dat de verdediging in de gelegenheid is gesteld om door tussenkomst van de rechter-commissaris de desbetreffende video-opnamen te bekijken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0bbeafe143f333814f49b41b7181473d5414fb10f30b9b8c94ca241830447c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0bbeafe143f333814f49b41b7181473d5414fb10f30b9b8c94ca241830447c6, en de alinea staat in dat document op bytes 11225 tot 12204.