Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8903.
20. Voorts blijkt uit de overwegingen van het hof dat de verdediging in staat is gesteld de videobanden te bekijken. Weliswaar moet op grond van de art. 30-34 Sv ook de verdachte de gelegenheid hebben kennis te nemen van de processtukken, indien hij daartoe een verzoek doet, maar een dergelijk verzoek van verzoeker is door het hof niet ontvangen: de raadsman wilde tezamen met zijn cliënt de videobanden bekijken. Het hof heeft niet overwogen dat het verzoeker niet geoorloofd is de videobanden te zien. In zoverre is het recht van de raadsman en van verzoeker tot kennisneming van de stukken voldoende gewaarborgd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0bbeafe143f333814f49b41b7181473d5414fb10f30b9b8c94ca241830447c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0bbeafe143f333814f49b41b7181473d5414fb10f30b9b8c94ca241830447c6, en de alinea staat in dat document op bytes 17177 tot 17808.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f0bbeafe143f333814f49b41b7181473d5414fb10f30b9b8c94ca241830447c6 | shasum -a 256