Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8903.

23. Ook wordt - in het licht van 's hofs overwegingen van 29 mei 2000 - volstrekt onbegrijpelijk geacht dat het hof in de motivering van zijn beslissing van 18 juni 2000 op het verzoek een tolk het vertolkte 18e verhoor van [medeverdachte] te laten beoordelen, overweegt dat er nooit eerder opmerkingen zijn gemaakt omtrent hetgeen vertolkt is. Au fond hoort deze klacht niet thuis in dit middel, maar ik wil er wel van zeggen dat de volstrektheid van de onbegrijpelijkheid mij totaal ontgaat: het enige dat van de zijde van de verdediging op de zitting van 29 mei zweemt naar een bezwaar tegen de weergave van vertolkte verhoren in de processen-verbaal is dat cliënt en raadsman ervan overtuigd zijn dat bepaalde dingen niet in de processen-verbaal zijn terechtgekomen die wel degelijk van belang zijn (welke, wordt niet geadstrueerd), en dat er voor 70% Turks wordt gesproken. Van een bezwaar als waarop het hof op 18 juni besliste blijkt in genen dele, ook niet in de wrakingsakte van 29 mei 2000 (punt 16). Het middel faalt in al zijn klachten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0bbeafe143f333814f49b41b7181473d5414fb10f30b9b8c94ca241830447c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0bbeafe143f333814f49b41b7181473d5414fb10f30b9b8c94ca241830447c6, en de alinea staat in dat document op bytes 18336 tot 19398.