Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002
Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8903.
33. Door het hof is overwogen dat de bedoelde videobanden onderdeel uitmaken van het dossier in deze strafzaak. Bovendien heeft het hof overwogen dat de verdediging op de voet van art. 51 Sv alsmede in het licht van beginselen van behoorlijke procesorde van het dossier en derhalve eveneens van de bedoelde banden moet kunnen kennisnemen (vgl. proces-verbaal van de terechtzitting van 8 mei 2000). Blijkens zijn arrest heeft het hof vastgesteld dat de verdediging in de gelegenheid is geweest vanaf het begin van de behandeling in eerste aanleg tot en met de laatste dag van de behandeling in hoger beroep door tussenkomst van de rechter-commissaris kennis te nemen van de betreffende video-opnamen. Derhalve is voldaan aan het gestelde in de art. 30-34 en 51 Sv. Indien de verdediging ondanks de daartoe gegeven gelegenheid niet daadwerkelijk kennis heeft genomen van de videobanden, kan niet gesteld worden dat aan de verdediging de videobanden zijn onthouden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0bbeafe143f333814f49b41b7181473d5414fb10f30b9b8c94ca241830447c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0bbeafe143f333814f49b41b7181473d5414fb10f30b9b8c94ca241830447c6, en de alinea staat in dat document op bytes 25597 tot 26573.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f0bbeafe143f333814f49b41b7181473d5414fb10f30b9b8c94ca241830447c6 | shasum -a 256