Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002

Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8903.

40. Het hof is in casu klaarblijkelijk uitgegaan van de gedachte dat ook in het licht van de omstandigheden dat (1) [betrokkene A] de belangrijkste getuige is en (2) hem door de rechtbank een lagere straf was opgelegd, het lenen van de voorzitter van de strafkamer van de rechtbank aan de raadsman van deze getuige van een som gelds van f 25,= geen uitzonderlijke omstandigheid vormt die objectief gerechtvaardigde twijfel aan de onpartijdigheid van die rechter rechtvaardigde. Een omgekeerde lening had misschien wel enige twijfel kunnen wekken. De door het hof toegepaste maatstaf is juist, en de gegeven motivering niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0bbeafe143f333814f49b41b7181473d5414fb10f30b9b8c94ca241830447c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0bbeafe143f333814f49b41b7181473d5414fb10f30b9b8c94ca241830447c6, en de alinea staat in dat document op bytes 30046 tot 30697.