Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002
Alinea 66 Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8903.
42. Bij de beoordeling van de klacht moet voorop staan dat de toets in cassatie of de feitenrechter terecht tot het oordeel is gekomen dat van medeplegen sprake is, een beperkte reikwijdte heeft voorzover het verweven is met waarderingen van feitelijke aard, waaromtrent de cassatierechter geen taak heeft of het moest zijn die van het onderzoeken of het oordeel van de feitenrechter wellicht onbegrijpelijk is. Wel toetst de Hoge Raad integraal of de feitenrechter een juiste opvatting omtrent het leerstuk van het medeplegen heeft tentoongespreid (zie hierover De Hullu, Materieel strafrecht, 2000, blz. 437-438; HR 9 juni 1992, NJ 1992, 772 rov. 6.2, m.nt. Kn). Weliswaar wordt niet over een onjuiste rechtsopvatting geklaagd, maar het is verhelderend om aan te geven wat zoal onder medeplegen kan worden begrepen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0bbeafe143f333814f49b41b7181473d5414fb10f30b9b8c94ca241830447c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0bbeafe143f333814f49b41b7181473d5414fb10f30b9b8c94ca241830447c6, en de alinea staat in dat document op bytes 31512 tot 32342.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f0bbeafe143f333814f49b41b7181473d5414fb10f30b9b8c94ca241830447c6 | shasum -a 256