Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002

Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8903.

47. De verklaringen van [betrokkene A] worden bevestigd door de verklaring van [medeverdachte] die na de overval aan [betrokkene C] vroeg waarom verzoeker er ook bij was. Dat was voor het geval er iets zwaars uit de woning meegenomen moest worden. [medeverdachte] heeft verzoeker bij de woning van overvalleider [betrokkene B] aanwezig gezien en (kennelijk) gezien dat de auto van verzoeker een busje was (bewijsmiddel 30). [medeverdachte] heeft ook gezien dat verzoeker toen de overvallers uit de woning van [betrokkene B] vertrokken, naar zijn busje toeliep (bewijsmiddel 31). Verzoeker is volgens [betrokkene D] een klein rottig ventje die ook bij de groep hoort en altijd met [betrokkene A] om ging (bewijsmiddel 47) en vermoedelijk(2) een van de degenen is die door hem op de dag van de overval zijn gezien (bewijsmiddel 49), welke personen betrokken waren bij de overval.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0bbeafe143f333814f49b41b7181473d5414fb10f30b9b8c94ca241830447c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0bbeafe143f333814f49b41b7181473d5414fb10f30b9b8c94ca241830447c6, en de alinea staat in dat document op bytes 37591 tot 38481.