Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002

Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8906.

7. In het middel wordt voorts naar voren gebracht dat art. 6 EVRM bepaalt dat de verdediging het recht heeft 'to put all relevant defence arguments before the trial court'. Het hof heeft het verzoeker echter niet onmogelijk gemaakt om op eigen initiatief hypnose-bewijs in ontlastende zin aan de rechter voor te leggen. Het hof heeft slechts de noodzaak niet gevoeld zijnerzijds opdracht te geven tot onderzoek waarvan de betrouwbaarheid wetenschappelijk omstreden is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9f196efd8f9fa43e9b6f725f54d7745cac299727a4322dd21933295944e9938e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9f196efd8f9fa43e9b6f725f54d7745cac299727a4322dd21933295944e9938e, en de alinea staat in dat document op bytes 9135 tot 9616.