Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 mei 2002

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 7 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8914.

5. Wil op grond van het ne bis in idem-beginsel in verband met een buitenlandse strafvervolging het openbaar ministerie niet-ontvankelijk worden verklaard dan zal voldaan moeten zijn aan de voorwaarden die art. 68, tweede lid, Sr stelt (zie hierover ook De Hullu, Materieel strafrecht, 2000, p. 519-522). Dit betekent dat in geval van een veroordeling met strafoplegging algehele tenuitvoerlegging van die straf moet hebben plaats gevonden, dan wel gratie moet zijn verleend of verjaring van de straf ingetreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b845b95f30ee7d8512dc7e01476ed88d3e2930f67d00b92d5b94a622bea74e75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b845b95f30ee7d8512dc7e01476ed88d3e2930f67d00b92d5b94a622bea74e75, en de alinea staat in dat document op bytes 6764 tot 7290.