Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 mei 2002
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 7 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8914.
23. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verzoeker eigenaar/ leidinggevende was van de rechtspersoon [A]; zie bijvoorbeeld bewijsmiddel 8, 9 en 12. Uit de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] (bewijsmiddel 11 en 12) kan worden afgeleid dat sprake was van een zekere taakverdeling tussen verzoekers [A] en [medeverdachte]s [B]. Uit bewijsmiddel 14 kan worden afgeleid dat [B] en [A] zeer nauw met elkaar waren verweven. Verzoeker verzorgde de opslag van het afval dat werd geïmporteerd en was betrokken bij het organiseren van het transport. Ik wijs op de verklaringen van diverse chauffeurs (bewijsmiddel 22, 23 en 24) en planners bij transportbedrijven (bewijsmiddel 25 en 26). Met betrekking tot de samenwerking tussen verzoeker en medeverdachte [medeverdachte] en diens [B] kan ook nog worden gewezen op verzoekers als bewijsmiddel 50 opgenomen verklaring.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b845b95f30ee7d8512dc7e01476ed88d3e2930f67d00b92d5b94a622bea74e75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b845b95f30ee7d8512dc7e01476ed88d3e2930f67d00b92d5b94a622bea74e75, en de alinea staat in dat document op bytes 16861 tot 17737.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b845b95f30ee7d8512dc7e01476ed88d3e2930f67d00b92d5b94a622bea74e75 | shasum -a 256