Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002
Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8939.
6. Het middel berust op de opvatting dat de Hoge Raad geen acht mag slaan op de aanvulling, omdat deze is binnengekomen nadat de aanzegging was gedaan dat de stukken van het geding bij de Hoge Raad waren binnengekomen. De aanvulling zou daardoor niet tot de stukken van het geding behoren. Ook als zou worden geoordeeld dat de aanvulling wel tot de stukken van het geding behoort, mag de Hoge Raad op de aanvulling geen acht slaan. Dit zou in strijd zijn met de beginselen van een goede procesorde, omdat de aanvulling is binnengekomen na het verstrijken van de termijn voor het indienen van de cassatieschriftuur en nadat de schriftuur was ontvangen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/230b955c72d3806b4fb98e0d8ffb842916768cccd1f5008f2735d550601baa01. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 230b955c72d3806b4fb98e0d8ffb842916768cccd1f5008f2735d550601baa01, en de alinea staat in dat document op bytes 7406 tot 8070.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/230b955c72d3806b4fb98e0d8ffb842916768cccd1f5008f2735d550601baa01 | shasum -a 256