Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002
Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8939.
7. Over dit alles kan ik kort zijn. De omstandigheid dat bij de verzending van de stukken door het Hof of bij het vervaardigen van afschriften op de Hoge Raad - waar het stuk in het ongerede is geraakt is niet duidelijk - de opgemaakte aanvulling van het verkorte arrest in het ongerede is geraakt, betekent niet dat een later toegezonden afschrift van die aanvulling geen deel uitmaakt van de stukken van het geding. Op deze wijze worden de stukken van het geding gecompleteerd. Evenmin is kennisneming van dat nieuwe afschrift door de Hoge Raad in strijd met de beginselen van een goede procesorde. Ik wijs in dit verband op de bevoegdheid van de Hoge Raad om inlichtingen te vragen (art. 83 RO). De beginselen van de goede procesorde zouden slechts in het geding zijn als de raadsman niet had kunnen reageren op de toevoeging van de aanvulling. Daarvoor heeft hij door de verlenging van de termijn voor het indienen van middelen van cassatie de gelegenheid gekregen. De Hoge Raad kan dus kennis nemen van de aanvulling verkort arrest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/230b955c72d3806b4fb98e0d8ffb842916768cccd1f5008f2735d550601baa01. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 230b955c72d3806b4fb98e0d8ffb842916768cccd1f5008f2735d550601baa01, en de alinea staat in dat document op bytes 8090 tot 9140.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/230b955c72d3806b4fb98e0d8ffb842916768cccd1f5008f2735d550601baa01 | shasum -a 256