Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8939.
12. Bij de beantwoording van de vraag of in dit geval de aanhouding binnen de door de art. 128, tweede lid, Sv getrokken grens heeft plaatsgevonden, dient beoordeeld te worden of de omstandigheden zodanig waren dat sprake is van "het vrijwel onafgebroken treffen van de onmiddellijk nodige maatregelen ten dienste van het tot klaarheid brengen van het op heterdaad ontdekte feit" (HR NJ 1949, 553). Indien na de ontdekking van het strafbare feit een aantal maatregelen genomen worden, die onmiddellijk nodig zijn om de dader op te sporen, om bewijsmateriaal te verzamelen e.d. en indien deze maatregelen elkaar vrijwel onafgebroken opvolgen, kunnen zij geacht worden te vallen binnen de in art 128, tweede lid Sv bedoelde termijn, aldus Melai in aant. 8 bij art 128. Zie verder ook HR DD 93.121.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/230b955c72d3806b4fb98e0d8ffb842916768cccd1f5008f2735d550601baa01. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 230b955c72d3806b4fb98e0d8ffb842916768cccd1f5008f2735d550601baa01, en de alinea staat in dat document op bytes 13618 tot 14427.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/230b955c72d3806b4fb98e0d8ffb842916768cccd1f5008f2735d550601baa01 | shasum -a 256