Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002
Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8953.
6. Verdachte heeft op 27 januari 2000 beroep in cassatie doen instellen, waarna de stukken van het geding blijkens het daarop geplaatste stempel op 20 april 2000 ter griffie van de Hoge Raad zijn ingekomen. De zaak is ter terechtzitting van de Hoge Raad van 16 oktober 2001 voor de eerste maal behandeld, hetgeen ertoe leidt dat de Hoge Raad uitspraak zal doen nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. In aanmerking genomen dat niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die dit tijdsverloop zouden kunnen rechtvaardigen, moet worden geoordeeld dat de behandeling van de zaak niet heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM. Het middel klaagt daar terecht over.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5500a2d64f8b54b45aad99a32b81b900669b2a57e6214f69c164148604457c40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5500a2d64f8b54b45aad99a32b81b900669b2a57e6214f69c164148604457c40, en de alinea staat in dat document op bytes 6682 tot 7449.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5500a2d64f8b54b45aad99a32b81b900669b2a57e6214f69c164148604457c40 | shasum -a 256