Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8953.

16. Voor het specialisme oogheelkunde zijn door het COTG krachtens art. 17b, derde lid (oud), Wtg tariefbeschikkingen vastgesteld, houdende maximumtarieven die rechtsgeldig in rekening kunnen worden gebracht door medisch specialisten als vermeld in artikel 1 onder B nummer 5, en door instellingen, als vermeld in artikel 1, onder A nummer 32 van het Besluit werkingssfeer Wet tarieven gezondheidszorg 1992 (hierna: tarievenlijst oogheelkunde). Deze maximumtarieven (ook wel honorariumtarieven genoemd) kunnen in rekening worden gebracht door zowel extramurale oogartsen als door de privé-klinieken waar de extramurale oogartsen werkzaam zijn. Ten tijde van de tenlastegelegde feiten konden ingevolge de tarievenlijst oogheelkunde voor prestaties die buiten het ziekenhuis werden verricht de maximumtarieven worden verhoogd met een bepaald toeslagpercentage (buitenziekenhuistoeslag).(8)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5500a2d64f8b54b45aad99a32b81b900669b2a57e6214f69c164148604457c40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5500a2d64f8b54b45aad99a32b81b900669b2a57e6214f69c164148604457c40, en de alinea staat in dat document op bytes 13692 tot 14593.