Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002

Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8953.

28. Met de steller van het middel ben ik van mening dat het Hof, uitgaande van de bewezenverklaring zoals die in het arrest is weergegeven, de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten. Uitgaande van een primair subsidiaire tenlastelegging als hierboven omschreven heeft het Hof in zijn bewezenverklaring immers de gedraging uit het subsidiaire deel van de tenlastelegging overgebracht naar het primaire deel waardoor een innerlijk tegenstrijdige tekst is ontstaan. De daarin voorkomende passage "immers heeft zij verdachte, toen en aldaar, voor een bedrag van (...) naast de voor haar toegestane tarieven tevens telkens zonder voor haar van toepassing zijnde tariefbeschikking een zogenaamd neventarief in rekening gebracht" , kan immers niet anders worden uitgelegd dan betrekking hebbende op een overtreding van het in het eerste lid van art. 17b WTG neergelegde verbod, terwijl de daaraan voorafgaande passage dat zij "meer in rekening heeft gebracht dan voor verdachte op basis van de tarievenlijst oogheelkunde was toegestaan" slechts betrekking kan hebben op het in lid 2 van art. 17b opgenomen verbod.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5500a2d64f8b54b45aad99a32b81b900669b2a57e6214f69c164148604457c40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5500a2d64f8b54b45aad99a32b81b900669b2a57e6214f69c164148604457c40, en de alinea staat in dat document op bytes 28437 tot 29566.