Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8963.

Door de noodzaak van het ter terechtzitting verzochte onderzoek te beoordelen, heeft het Hof de juiste maatstaf aangelegd (art. 328 Sv in verband met art. 316 en 415 Sv; HR 17 april 2001, nr. 1522/99 rov. 3.4.). Gelet op de door het Hof aangehaalde inhoud van de rapporten van het Pieter Baan Centrum en van de psycholoog H.S.M. Weber alsmede van de verklaringen van de ter terechtzitting in eerste aanleg, eveneens op verzoek van de raadsman, gehoorde getuige-deskundigen, is dat oordeel bepaald niet onbegrijpelijk. Daarbij merk ik op dat uit de verklaring van de getuige-deskundige kan worden opgemaakt dat deze bij zijn conclusie ook de omstandigheid dat verdachte zijn gebruik van rohypnol mogelijk aan het verminderen was heeft meegewogen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9507811d775cd253bf81e2ef52b64254ac668d90b597517fbafcfaa3b8172511. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9507811d775cd253bf81e2ef52b64254ac668d90b597517fbafcfaa3b8172511, en de alinea staat in dat document op bytes 6742 tot 7500.