Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002
Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8963.
6. Ambtshalve wil ik nog de aandacht vestigen op de door het Hof toegewezen vorderingen van de benadeelde partijen. Die vorderingen zijn toegewezen in combinatie met de in art. 36f Sr omschreven maatregel. Bij het opleggen van de genoemde maatregel heeft het Hof - anders dan bij de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij krachtens art. 51a lid 1 Sv - tevens de proceskosten betrokken. Dat is onjuist nu dit geen schade is die rechtstreeks door het strafbare feit is geleden (HR 18 april 2000, NJ 2000, 413 rov. 3.1.1.). Dit betekent dat het bedrag waarop de maatregel betrekking heeft voor wat betreft beide benadeelde partijen moet worden verminderd met een bedrag van ƒ 500,-. Gevolgen voor de vervangende hechtenis hoeft dit niet te hebben nu het Hof daarmee ruimschoots boven het in art. 24c lid 3 Sr bepaalde minimum is gebleven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9507811d775cd253bf81e2ef52b64254ac668d90b597517fbafcfaa3b8172511. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9507811d775cd253bf81e2ef52b64254ac668d90b597517fbafcfaa3b8172511, en de alinea staat in dat document op bytes 7640 tot 8503.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9507811d775cd253bf81e2ef52b64254ac668d90b597517fbafcfaa3b8172511 | shasum -a 256