Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002
Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD8963.
9. Ook de rechter heeft de nodige ruimte de vordering van de benadeelde partij te beperken in deze zin dat hij de vordering kan splitsen in een deel van eenvoudige en een deel van niet-eenvoudige aard. In dat geval zal hij het deel van eenvoudige aard kunnen toewijzen en de verdachte niet-ontvankelijk verklaren in het andere deel (art. 361 lid 3 Sv). De benadeelde partij kan de vordering dan voor dat overige - volgens de strafrechter van niet-eenvoudige aard - bij de burgerlijke rechter aanhangig maken. De niet-ontvankelijk verklaring staat daaraan niet in de weg (art. 361 lid 3 Sv). Die weg zou evenwel zijn afgesneden indien de strafrechter de vordering voor het overige had afgewezen zodat het om die reden de voorkeur verdient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren (Kamerstukken II 1989-1990, 21 345, nr. 3 (MvT), blz. 12; Kamerstukken II 1990-1991, 21 345, nr. 5 (MvA), blz. 24).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9507811d775cd253bf81e2ef52b64254ac668d90b597517fbafcfaa3b8172511. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9507811d775cd253bf81e2ef52b64254ac668d90b597517fbafcfaa3b8172511, en de alinea staat in dat document op bytes 10046 tot 10964.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9507811d775cd253bf81e2ef52b64254ac668d90b597517fbafcfaa3b8172511 | shasum -a 256