Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2002
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9113.
De onduidelijkheid waar ik mee zit betreft subonderdeel 2.3. De daar verdedigde stelling dat matiging met inachtneming van alle relevante omstandigheden moet worden beoordeeld lijkt mij juist(6) - maar lijkt mij ook wel een waarheid als een koe. Ik zie dan ook niet de minste aanleiding voor de gedachte dat het hof in dit opzicht een andere opvatting heeft gehuldigd. Het middel noemt ook geen (relevante) omstandigheden die het hof ten onrechte buiten beschouwing zou hebben gelaten. Al met al geeft het middelonderdeel zo weinig specifiek aan, welk aspect van de beslissing van het hof onjuist wordt geacht en om welke reden, dat ik meen dat de klacht niet aan art. 407 lid 2 Rv. voldoet. In aansluiting daarop lees ik, zoals in de rede ligt, in het middelonderdeel (ook) geen klacht die ik als gegrond zou aanmerken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/61d75fc4d3236fd2235b6f62c2c321e2f9e67958387064891ce40229f1523289. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 61d75fc4d3236fd2235b6f62c2c321e2f9e67958387064891ce40229f1523289, en de alinea staat in dat document op bytes 18105 tot 18938.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/61d75fc4d3236fd2235b6f62c2c321e2f9e67958387064891ce40229f1523289 | shasum -a 256