Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 april 2002

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 12 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9124.

2.1. Middel I betoogt onder a dat het hof, bij het beoordelen van het beroep van De Branding op "eigen schuld" van [eiser], de gestelde gedragingen van [eiser] had behoren te toetsen aan het criterium "opzet of bewuste roekeloosheid". Omdat het hof dit niet heeft gedaan, heeft het hof volgens het middel hetzij een verkeerde maatstaf aangelegd hetzij zijn beslissing niet naar behoren gemotiveerd. Het middel wijst erop dat in de situatie waarin een uitgeleende werknemer niet zijn formele werkgever maar de inlener tot schadevergoeding wegens een arbeidsongeval aanspreekt, dezelfde regels voor stelplicht en bewijslastverdeling gelden als in een rechtsverhouding waarop art. 1638x (oud) BW van toepassing is(5). In de door het middel verdedigde opvatting is voor een billijkheidscorrectie op de wijze als voorzien in art. 6:101 BW uitsluitend plaats indien aan [eiser] opzet of bewuste roekeloosheid kan worden verweten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/235e8a4cbed8e9f63a3d0c2942f72c90a7b4796f8f4bc832238d3385b10d8a36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 235e8a4cbed8e9f63a3d0c2942f72c90a7b4796f8f4bc832238d3385b10d8a36, en de alinea staat in dat document op bytes 11614 tot 12550.