Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 april 2002

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 12 april 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9124.

2.8. Werknemers in de zeevaart kunnen, voor zover zij aan de wettelijke vereisten voldoen, aanspraak maken op een uitkering ingevolge de Ziektewet of WAO. Daarmee wordt niet alle materiële schade na een arbeidsongeval gedekt: de ZW/WAO-uitkeringen zijn aan wettelijke normen gebonden. Bovendien geven Ziektewet en WAO geen aanspraak op vergoeding van immateriële schade (smartengeld). Werknemers in dienst aan boord van een zeeschip, of zij nu kapitein dan wel schepeling zijn, missen dus de bescherming van art. 1638x (oud) BW, thans art. 7:658 BW. Deze lacune in het arbeidsrecht heeft tot dusver relatief weinig aandacht gekregen(14). Wel heeft de wetgever zich gerealiseerd dat een voorziening moest worden getroffen voor werknemers in de zeevaart die niet voor een uitkering ingevolge de ZW/WAO in aanmerking komen (bijv. in het buitenland wonende schepelingen voor wie geen verdrag noch EG-regelgeving geldt). Bij wet van 20 juli 1967, Stb. 396, zijn daarom de artikelen 415a - 415i en art. 450aa WvK toegevoegd(15). Art. 415 is van overeenkomstige toepassing op de kapitein, doch de artikelen 415a t/m 415i niet (zie art. 390, eerste lid, WvK).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/235e8a4cbed8e9f63a3d0c2942f72c90a7b4796f8f4bc832238d3385b10d8a36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 235e8a4cbed8e9f63a3d0c2942f72c90a7b4796f8f4bc832238d3385b10d8a36, en de alinea staat in dat document op bytes 18663 tot 19830.