Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 april 2002
Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 12 april 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9124.
11 De wet is becommentarieerd door R.P. Cleveringa in NJB 1929 blz. 1-25 en in WPNR 3173 t/m 3177 (1930); door K.A. Rombach in RM Themis 1927 blz. 266 e.v. In WPNR 3175 klaagde Cleveringa dat in art. 391 van het gewone arbeidsrecht "eenige brokken op vage gronden worden terzijde gesteld".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/235e8a4cbed8e9f63a3d0c2942f72c90a7b4796f8f4bc832238d3385b10d8a36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 235e8a4cbed8e9f63a3d0c2942f72c90a7b4796f8f4bc832238d3385b10d8a36, en de alinea staat in dat document op bytes 33698 tot 34001.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/235e8a4cbed8e9f63a3d0c2942f72c90a7b4796f8f4bc832238d3385b10d8a36 | shasum -a 256