Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 april 2002
Alinea 66 Parket bij de Hoge Raad 12 april 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 april 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9124.
19 Nu dit in cassatie niet in discussie is, moge worden volstaan met verwijzing naar Asser-de Leede, 5-III, nr. 362. De term bewuste roekeloosheid is door de Hoge Raad nader uitgewerkt in HR 27 maart 1992, NJ 1992, 496 m.nt. PAS en HR 20 september 1996, NJ 1997, 198 m.nt. PAS. Zie ook nog: HR 28 november 1997, NJ 1999, 170, waar (in de verhouding tussen kapitein en reder) de maatstaf van opzet of bewuste roekeloosheid werd gebruikt voor schade van derden bij een scheepsongeval.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/235e8a4cbed8e9f63a3d0c2942f72c90a7b4796f8f4bc832238d3385b10d8a36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 235e8a4cbed8e9f63a3d0c2942f72c90a7b4796f8f4bc832238d3385b10d8a36, en de alinea staat in dat document op bytes 34768 tot 35263.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/235e8a4cbed8e9f63a3d0c2942f72c90a7b4796f8f4bc832238d3385b10d8a36 | shasum -a 256