Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2002

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD9138.

1.14 Lid 4 is opgenomen in verband met de beperkte bescherming van geschriften zonder eigen of persoonlijk karakter, zoals nader vormgegeven in de jurisprudentie van de Hoge Raad. Reeds voordat er sprake was van de Databankenrichtlijn werd al aangenomen dat databanken deze (pseudo-auteursrechtelijke) bescherming tegen ontlening konden genieten. Art. 10 lid 4 Aw. maakt duidelijk dat databanken die enerzijds niet de hiervoor bedoelde drempel voor auteursrechtelijk bescherming halen (er is geen sprake van een databank die door de keuze of rangschikking van de stof een eigen intellectuele schepping van de maker vormt) maar anderzijds, dankzij een substantiële investering, wel kunnen profiteren van het sui generis-regime, niet langer voor geschriftenbescherming in aanmerking komen(9).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76c00f5e3a80954283749b1165f0070b0af155e2920242830fdf096d03fe1b3d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76c00f5e3a80954283749b1165f0070b0af155e2920242830fdf096d03fe1b3d, en de alinea staat in dat document op bytes 12795 tot 13599.